"Ik zie mijzelf met een wirwar van slangen op mijn hoofd als verlengden van mijn hersenen, tentakels die zich naar buiten wurmen.

Ik wil met het uiterste puntje voelen. Mijn weemoed moet mijn hart doorboren,. Mijn verdriet moet zodanig zeer doen dat ik een dolk in mijn  maag wil steken om de pijn te verzachten. Mijn blijdschap moet zo groot zijn dat ik met een sprong op de trampoline tot boven de wolken vlieg en mijn tong uitsteek naar de aarde die als een klein bolletje wol beneden mij dwarrelt - om dan met een plof gewond neer te storen in mijn onrust, die me de haren die eigenlijk slangen zijn, uit het hoof doet trekken. "

citaat uit het boek  "Canopen"  (eigen teksten en tekeningen) verschenen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling bij Galerie Jan Knigge maart 2011